Bewuster omgaan met jongste en de oudste generatie in je bedrijf

Aart Bontekoning

Aart Bontekoning

Organisatiepsycholoog, generatie-expert en auteur van o.a. ‘Generaties! Werk in uitvoering’ (2012). Partner in Generatiewerk.

Het verschil tussen generaties op de arbeidsmarkt is er altijd geweest. Maar de huidige jongste generatie op de arbeidsmarkt is deze keer wel wezenlijk anders. Als gevolg van technologische en sociale ontwikkelingen staan deze jongeren anders in het leven. En stellen daarom andere eisen aan hun werk. Daarnaast heeft ook de oudste generatie te maken met andere omstandigheden. Ze moeten langer doorwerken dan hun voorgangers maar worden daarbij ook geconfronteerd met lichamelijke beperkingen en andere werkeisen.

Om jongeren te binden en te boeien en ouderen optimaal productief te houden zouden bedrijven zich meer bewust moeten zijn van de behoeftes van elke generatie. Dit stelt Aart Bontekoning, organisatiepsycholoog en onderzoeker van de verschillen in generaties op de werkvloer in een interview met Trendfiles.

Hoe moet je als bedrijf de jongste generatie werknemer binden en boeien?

Aart Bontekoning : “Je kunt de jongste generatie pas binden en boeien door je eerst eens in hem te verdiepen. Waar jongeren veel werkenergie van krijgen is een open sfeer. Waarin ze vanaf het begin net zo veel waard zijn als hun collega’s. Gemiddeld genomen zijn de meeste organisaties nog formeel en een beetje hiërarchisch. En dat is iets wat de jonge mensen helemaal niet willen. Iedereen is gelijkwaardig in hun ogen. Alleen de één geeft leiding en de ander doet iets technisch. Deze jongeren zien het werk meer als een tweede thuis. In hele jonge organisaties zie je dat ook. Daar denk je, als je een traditionele organisatie gewend bent, wat een bende. Nou dat is helemaal niet zo, het is een soort thuis. En dat bevordert bij hen de creativiteit en de werklust.”

“Deze jongste generatie is ook van alle generaties die ik ken het meest gevoelig voor sfeer. En lopen veel makkelijker weg dan de vorige generaties, dan gaan ze gewoon iets anders doen. Dat gebeurt nu misschien nog niet op grote schaal vanwege de crisis. Ze hebben bijvoorbeeld net een appartementje gehuurd en zijn gaan samenwonen. Maar ik voorspel dat als de crisis voorbij is er organisaties zijn die leeg gaan lopen.”

En er stromen toch al steeds minder jongeren de branche in omdat ze steeds minder interesse hebben in techniek.

Aart Bontekoning : “Dat hoor je vaak maar ik vind dat toch heel moeilijk te geloven. Ik zie juist bij jongeren dat ze graag iets willen bijdragen aan de maatschappij, aan de natuur. En duurzaamheid is volgens mij ook een hot item bij de installatiebureaus. Daarnaast vinden die jongeren het hartstikke leuk om dingen te bouwen, om dingen te maken die ze met trots kunnen aanwijzen. Ik denk dat de bottleneck hooguit zit in de manier van werken en het samenwerken. Dat vinden ze te ouderwets en te hiërarchisch. En dat schrikt jongeren wel af.”

[kolom_einde]

Wat zou u de TI-bedrijven die jongeren willen ‘binden en boeien’ dan adviseren ?

Aart Bontekoning : “Ik heb eigenlijk een simpel advies voor bedrijven die jongeren willen binden en boeien. Kijk intern naar werknemers die kinderen hebben in de leeftijd waar dat boeien en binden voor geldt. En laat ze praten over wat hen opvalt bij hun eigen kinderen en vertaal dat naar het bedrijf. Die kennis is gewoon in huis.”

De hele beroepsbevolking en dus ook de installatiebranche vergrijst de komende 20 jaar. Er wordt de TI-bedrijven dan ook geadviseerd om niet alleen de jonge instroom te bevorderen maar vooral ook om de productiviteit van de oudere werknemers in het bedrijf op peil te houden. Maar hoe doe je dat?

Aart Bontekoning : “ Deze huidige oudere generatie is al veel vitaler dan de vorige generatie. De meeste ouderen zeggen dan ook dat ze niet zozeer willen stoppen met werken op hun 62e, maar dat ze het werk liever anders zouden willen inrichten.

Ze willen ook terug naar hun passie als ze daar vanaf zijn geraakt. En ze willen flexibeler werken. Dat komt omdat ze minder energie hebben, dat is het leeftijdseffect. Maar ze voelen zich nog wel heel vitaal en willen dus wel actief blijven meedoen. Ze willen net als de jongeren ook geen baas in hun nek die zegt wat ze moeten doen, dat kunnen ze met al hun ervaring zelf wel bedenken. Dat levert veel stress op en neemt teveel energie en werkplezier weg. Hierin zit dus niet zoveel verschil tussen de oudste en de jongste. Met dat verschil dat de huidige generatie senioren zich daar nu pas op gaat richten en de nieuwe generatie junioren dat al gelijk doet”.

In de TI-branche is het gebruikelijk om een jonge instromer te koppelen aan een oudere leermeester die dan zijn ervaring en vakmanschap overbrengt op de jongere. Maar in de huidige tijd lijken de ouderen ook wel iets van de jongere te kunnen leren. Dit omgekeerd mentorschap komt steeds meer in de belangstelling. Ziet u dat ook?

Aart Bontekoning : “Ik ken nog maar weinig bedrijven die dat durven. In mijn ogen is het heel simpel. De oudste is de wijste, gezien zijn ervaring en vakmanschap. En de jongste is de slimste. In de zin van het beste opgeleid, en evolutionair slimmer, gemiddeld genomen. Dus die kunnen het meest van elkaar leren. En ik denk dat, als je die jongste en die de oudste met elkaar laat werken aan bijvoorbeeld wat lastigere vraagstukken of opdrachten, ze heel creatief en innovatief kunnen zijn. Als ik ernaar vraag denken ze dat zelf ook. Maar ik heb nog geen bedrijf gezien dat dacht, we gaan de krachten bundelen en dat uitproberen.”